|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
De Sioux Indianen I |
||
|
1860 - 1890 Roodhuiden en Bleekgezichten |
||
| De strijd tussen de blanken en de Indianen, waarvan de beroemdste werden gestreden op de grote vlakten in het westen tussen 1860 en 1890, waren de meest tragische van alle oorlogen die ooit gestreden werden. | ||
| Het waren veldslagen tussen twee bevolkingen die werden gestreden tot de dood, allebei niet in staat elkaar te begrijpen, of zich aan te passen aan elkaar. Naar de overwinnaar ging niet minder dan de volledige dominantie van een contingent; aan de verliezer, niets meer dan totale uitroeiing. De uiteindelijke winnaar was het volk van West-Europa. Dit was en is nog steeds een volk dat gebaseerd was op individueel profijt, door het gebruik van persoonlijk bezit. Het was hoogst georganiseerd en gestructureerd, heel ontvankelijk voor nieuwe situaties en technologisch georiënteerd. | ||
| De uitgeroeide bevolking daarentegen was verspreid over kleine stammen die niet in staat waren zichzelf te verenigen voor eender welk langdurig evenement. De stammen waren nomadisch en hadden aldus geen notie van persoonlijk grondbezit. Wanneer ze geschenken aannamen en overeenkomsten tekenden aangaande hun land, geloofden ze nooit, diep in hun ziel, dat ze werkelijk Moeder Aarde konden verkwanselen. Meer nog, in hun faling de blanke te begrijpen, namen ze de geschenken niet als betaling maar als een teken van zwakte en ze verachtten de boeren die de ondergeschikten waren van de roodhuid strijder. | ||
| De Indianen waren gedoemd van bij het begin. | ||
| Hun manier van oorlogvoering - en zij kenden geen andere - waren korte schermutselingen tussen de stammen die bestonden uit enkele snelle strooptochten met de bedoeling enkele paarden, vrouwen of kinderen te stelen. Dit was voor de sport of als wraak. De Indianen konden daarom ook niet begrijpen waarom ze na een strooptocht in Texas door het Amerikaans leger van Utah en Kansas achterna gezeten werden en niet stopten tot ze totaal verslagen en in een reservaat gestopt werden. In hun gedachtegang was het zo dat ze een colonne van het leger hadden verslagen dat dat het einde was. De dood van een legergeneraal moest resulteren in vrede. | ||
| In plaats daarvan vonden ze zichzelf constant achtervolgd, bezig met een Europees getinte oorlog te voeren, met een constante druk tot er uiteindelijk één finale totale overwinnaar was. Dit was een type van oorlog die de bleekgezichten kenden en de roodhuiden niet. Het niet begrijpen van het blanke militaire en burgerlijke samenspel werd hen fataal. Dit samenspel was niet verstaanbaar voor de grote meerderheid der Indianen door hun totale gemis aan samenwerking tussen de stammen. Ware het niet voor de Indianen die samenwerkten met de bleekgezichten tegen hun eigen soort, zouden de oorlogen langer geduurd hebben en veel bloediger geweest zijn. | ||
| In het zuidwesten vochten Apache tegen Apache en een groot aantal stammen vocht tegen de Sioux. Vele van deze rode geallieerden namen dienst door oude stammenvetes die belangrijker leken dan een rode samenwerking, anderen omdat ze als eerste de macht van het bleekgezicht hadden gezien en voelden dat hun enige kans op overleven de samenwerking met de bleekgezichten was. | ||
| De Indianen Oorlog was, zoals alle oorlogen tussen mensen die elkaar niet begrijpen, een uiterst gewelddadige oorlog. Misschien de enigste dingen te vergelijken met de afschuwelijke afslachting van vriendschappelijke Indianen die kampeerden onder een Amerikaanse vlag in Sand Creek, is het gelijke aan de afgrijselijke behandeling die de kolonisten te beurt viel als ze verrast werden door Indianen op strooptocht die hen zo traag en pijnlijk mogelijk ter dood brachten. Geen van beide zijden moest voor de ander onderdoen wat betreft de wreedheid. De Indianen Oorlog was geen nette oorlog van grootschalige manoeuvres en prachtige strijd. Tussen 1866 en 1875 vochten bleekgezichten en Indianen, meestal de Sioux, zo'n 200 gevechten, de meerderheid hiervan met enkel een paar handvol mensen; en tussen 1875 en 1887 eenzelfde aantal gevechten waarvan de meeste tegen de Apachen. | ||
| Er waren campagnes en er waren gevechten. En totnogtoe, in deze oorlog tot de dood tussen bevolkingen, waren ze, echter, minder belangrijk dan zij die ze echt gevochten hebben. | ||
|
|
||
| De Sioux | ||
| Het vroegst bekende Sioux dorp bij de Europeanen is Isanti, een grote nederzetting aan de oevers van Lake Mille Lacs in het huidige Minnesota, waarschijnlijk volledig bevolkt door Mdewakanton Sioux. Omstreeks 1700 begon de migratie van verschillende stammen uit de regio door de aanvallen van de Franse handelaars en de met hen meevechtende Ojibwa (Chippewa) die van de Fransen vuurwapens kregen. Omstreeks 1735 trokken de Mdewakanton zich terug tot aan de Mississippi en vestigden een nieuw dorp en noemden het Tintatonwan, naar de vorige bewoners, de Teton, die al eerder westwaarts getrokken waren. Na de Franse en Indiaanse Oorlog van 1754 - 1763 kwamen de Sioux met de Britse overwinnaars in contact. In 1766 werden ze bezocht door de Britse onderzoeker Jonathan Carver, en in 1773 - 1775 door Peter Pond die geschriften omtrent de Sioux van die tijd heeft nagelaten. De meest belangrijke leider na 1770 uit Tintatonwan waarover we horen is Wapasha of 'Red Head-dress', die de Britten hielp tijdens de Amerikaanse Revolutie. Na 1783 verloor de nederzetting aan belangrijkheid en werd afhankelijk van haar meer krachtige buurdorpen. Velen trokken naar het westen om zich bij de Yanktonai te voegen in de hogere Minnesota Valley en versterkten de opstanding van de westerse Sioux. | ||
| Rond 1800 namen belangrijke veranderingen plaats in de Sioux cultuur, vooral onder de oostelijke stammen. Deze waren het rechtstreeks gevolg van de handel met de Britse en Amerikaanse pelsmaatschappijen en het gebruik van gereedschappen, wapens en gebruiksvoorwerpen, zelfs het gebruik van pelskleding moest gedeeltelijk wijken voor de verhandelde kleding en dekens. Sommige oostelijke Sioux hadden permanente dorpen van boomhutten en gebruikten hun dierenhuiden tipi als ze hun wild volgden. Hun voeding bestond nog steeds uit hert, eland en bizon in het westen en in het oosten werd wilde rijst verzameld en granen geplant. | ||
| Met de verhuizing naar het westen van de Verenigde Staten volgend op de duur betaalde zege van Louisiana 1803 begonnen de Sioux hun eerste officiële relaties met de U.S., met Zebulon Pike's expeditie van 1805 - 1806, die de heerschappij over het gebied waar de Britse handelaars sinds de Revolutie opereerden, op zich nam. In het westen verzamelden Lewis en Clark informatie van handelaars en Indianen langs de Missouri, waar een groot gedeelte van de Sioux gecentreerd waren, de Brulé en Oglala ten westen van de rivier en de Saone aan beide zijden. De uitwijking van de Tintatonwan en andere oostelijke Sioux dorpen zorgde voor een bevolkingsexplosie van de groeiende Teton wiens kampen deze immigranten als vrienden ontvingen. De verbintenissen tussen de Yanktonai en de Teton werden gehandhaafd door de onderlinge handel, een groot jaarlijks handelsfeest werd gehouden aan de James rivier waarlangs goederen vanuit Brits Canada werden aangevoerd. Enkelingen en kleine groepjes konden vrij van onderstam naar onderstam overstappen. | ||
| In hoeverre deze vroege officiële contacten bijdroegen in het winnen van de trouw van de Sioux is onbekend, vele Sioux vochten nog aan de zijde van de Britten in de oorlog van 1812. De Britse handelaar Robert Dickson won verschillende opperhoofden voor de Britse zaak, waaronder de beroemde Wanata 'Charger', die na de oorlog zijn steun aan de Amerikanen gaf. De Tetons bleven de Amerikaanse initiatieven tegenwerken tot 1823, toen de Yanktons en Tetons de Leavenworth expeditie hielpen tegen de Arikaras, waartegen de Sioux altijd wel wilden vechten. | ||
| In deze tijd begonnen de Amerikanen pelshandelsposten op te richten aan de Missouri en het centrale punt van het handelssysteem verplaatste zich van de James rivier naar de Missouri, hiermee verplaatste de Yanktonai onder Watana, maar heel belangrijk begon ook de handel met de Teton Sioux. Met dit directe contact kwam ook het eerste verdrag waarin de Indianen moesten erkennen dat ze binnen de territoriale grenzen van de Verenigde Staten woonden, het erkennen van hun meesterschap en aanspraak maakten op hun bescherming, dit was de inhoud van het Atkinson - O'Fallon verdrag van 1825. De 1804 - 1825 periode was er één van uitbreiding en vereniging van de Oglala en de andere westerse Sioux stammen. Het verdrag zaaide echter verdeeldheid tussen pro en contra Amerikaanse groepen, tot 1850 waren de Oglala aldus verdeeld, om tegen 1870 terug te verenigen door toedoen van opperhoofd Red Cloud. | ||
| Na 1825 toen de heropstanding van de Indiaanse handel en de competitie tussen de rivaliserende pelshandelszaken voor bizonkledij begon, eiste dit serieuze offers van de plaatselijke kuddes, en de migratie van de Hunkpapa en de Blackfoot ten westen van de Missouri na 1830 had tot gevolg dat het aantal bizons dramatisch begon te verminderen. Toen de Tetons naar het zuiden trokken in 1830 naar de North Platte country, vielen ze de Pawnee aan waarbij ze doodden, woningen platbrandden, velden vernielden en paarden stalen. Begin 1840 waren er gevechten met Shoshoni en Crow in de Bighorn bergen, ook met bleekgezichten en Indiaanse 'mountain men' en in 1845 trokken karren collones met westelijke immigranten door de North Platte en dunden de kuddes verder uit. In 1846 stelde de U.S. regering voormalig 'mountain man' Thomas Fitzpatrick aan als Indiaans agent, hij hielp om de blanke handelaars te verbieden whisky in de Indiaanse kampen te brengen. In de zomer van 1849 kwamen duizenden blanke immigranten langs de Platte Road, op weg naar Oregon en de Californische goudmijnen. Samen met de karren blanken kwam ook de cholera die volgens de Indianen opzettelijk door de bleekgezichten werd verspreid. De Teton onafhankelijkheid kwam tot zijn einde als het U.S. Army Fort John aankocht van de American Fur Company in 1849 en er een permanent garnizoen in onderbracht en de post herdoopte in Fort Laramie. | ||
![]() |
![]() |
|
|
Sioux krijger |
Kolonisten |
|
| Van Laramie tot Laramie, 1851 - 1868 | ||
| De 50 jaren volgden op de Louisiana zege van 1803 die veranderingen had gebracht in het leven en de cultuur van de westerse Sioux door contacten met onderzoekers, handelaars en pelsjagers en ook de ontwikkeling van de pelshandel op de Missouri rivier. Niettegenstaande bleef hun nomadische onafhankelijke manier van leven grotendeels intact, zoals ook bij hun naaste vrienden de Cheyenne en de Arapaho. | ||
| De gebeurtenissen in 1849 waren een groot aantal blanke kolonisten langs het California Trail. Dit startte te Independence, Missouri, noordwest door Kansas en Nebraska naar de Platte rivier, dan west langs de North Platte tot aan Fort Laramie, dan terug west over de Continental Divide. Ondanks de duizenden die deze route namen met hun huifkar werd er geen serieuze Indianen aanval gerapporteerd, alhoewel het afslachten van het wild en het af en toe schieten langs de route veel spanning veroorzaakte. | ||
| In 1851 gaf de regering opdracht aan hoofdopzichter Mitchell en agent Fitzpatrick om als commissarissen op te treden in verdragsovereenkomsten die plaatsvonden in Fort Laramie in de late zomer met de stammen wiens land door hordes goudzoekers werden doorkruist. Het verdrag legde de grenzen van de stammen vast en in ruil hiervoor moesten de Indianen afzien van plunderingen tegenover de blanken die door hun gebied trokken. De regering beloofde geschenken en een jaarlijks bedrag in geld. De verdragsovereenkomst duurde 18 dagen en werd bijgewoond door duizenden Indianen, er heerste harmonie, zelfs tussen groepen die al eeuwenlang vijanden waren. | ||
| Wrijving bleef toch bestaan en in 1855 als gevolg van de Grattan slachting: luitenant John Grattan werd vanuit Laramie gestuurd om een krijger van de Brulé stam te arresteren omdat die een koe had gedood van een mormoon. De luitenant en al zijn manschappen, op ééntje na, werden gedood door de Brulé krijgers van opperhoofd 'Conquering Bear' en dus werd generaal Harney opgedragen een campagne op te zetten om de orde langs het California Trail van uit Fort Leavenworth via het oude Fort Kearney aan de Platte te handhaven. Hij bereikte de Blue rivier te Ash Hollow, Nebraska, waar hij een kamp van Brulé Indianen met als opperhoofd 'Little Thunder' aanviel. Terwijl hij het opperhoofd bezighield in een gesprek, werden meer dan 130 Indianen gedood en het dorp vernietigt. Harney ging verder naar Laramie en vandaar naar Fort Pierre aan de Missouri. | ||
| In 1861 werd er goud gevonden in Montana en de stroom goudzoekers, in plaats van verder westwaarts te trekken, draaide noordwaarts van Laramie over de Powder rivier in het hart van Sioux bizonland. De regeringsverplichtingen bleven onvervuld tijdens de Amerikaanse Burger Oorlog en geen van de verdragen, die haastig in elkaar werden gestoken, werden bekrachtigd. Het Amerikaanse leger nam de bescherming van de Powder rivier route (Bozeman spoor) op zich en bouwden de forten Reno, Phil Kearny en C. F. Smith om het pad open te houden voor de goudzoekers. | ||
| Fort Phil Kearny werd gebouwd in 1866 onder het bevel van kolonel H. B. Carrington met 2.000 man, maar werd aanhoudend geteisterd door Oglala en Minneconjou Indianen. In december 1866 overvielen de Indianen met succes een aflossingsleger voor een houtspoor en een escorte vanuit Fort Phil Kearney onder de onstuimige kapitein Fetterman; in minder dan twee uur waren alle 90 mannen van de 18e infanterie en van de 2e cavalerie gedood. Toen hun lichamen werden gevonden waren ze ontkleed, gescalpeerd en verminkt. | ||
| De volgende zomer, tijdens de zogenaamde Wagon Box Fight, werd nog een houtspoor van Fort Phil Kearny, ditmaal onder majoor J. W. Powell, in het nauw gedreven, maar ze hadden hun wagens versterkt met boomstammen en zakken graan en bemand met 40 man gewapend met Springfield geweren. Ondanks vele charges waren de vele honderden strijders niet in staat de defensieve positie te doorbreken, en het succes werd weggevaagd door de nieuwe vuurwapens met hun grotere reikwijdte. | ||
| Terwijl de gevechten langs de route verder duurden ontmoetten de Verdragscommissie en de Sioux elkaar terug in Fort Laramie, en produceerden het Tweede Laramie Verdrag van 1868. Red Cloud, het Oglala oorlogsopperhoofd in het Powder rivier gebied, weigerde dat verdrag te ondertekenen totdat de soldaten de drie forten verlaten hadden, waarna hij ernaartoe trok en de forten in brand stak voor hij naar Laramie vertrok om te tekenen zoals hij beloofd had. Het verlaten van de Bozeman spoor forten was een soort van overwinning voor Red Cloud. Het 1868 verdrag beschreef Het Grote Sioux reservaat tussen de 104e lengtegraad in het westen, de Missouri rivier in het oosten (plus een gedeelte van Santee land op de oostzijde van de Missouri), de 46e breedtegraad in het noorden en de 43e breedtegraad in het zuiden. Onder dezen die het verdrag ondertekenden waren afgevaardigden van de Oglala, Brulé, Minneconjou, Blackfoot Sioux, Two Kettle, Sans Arc, Hunkpapa, Yanktonai en Santee. | ||
| In 1870 zat ongeveer de helft van het gehele Sioux volk in reservaten en kregen voorzieningen van agentschappen. De Yanktons leefden vredig in hun reservaat in Charles Mix County, Zuid Dakota; de Upper Yanktonai te Devil's Lake en Fort Yates en de Lower Yanktonai in Fort Thompson; de Sissetons en Wahpetons van de Renville en Red Iron zaten aan het Traverse meer en het Devil's meer; de Minneconjou met Sans Arcs en Two Kettles in het Cheyenne River Agentschap (Fort Bennet); de Hunkpapa en Blackfoot Sioux aan de Grand River (Fort Yates); de Oglala en de Brulé onder het Whetstone Agentschap (Fort Randall); en de Lower Brulé in Fort Thompson. Een gemengde groep Santee zat in Niobrara, Nebraska, en een kolonie van Santee in Flandreau. In 1869 - 1870 kwam er terug vrede in het westerse Sioux land, en de opperhoofden Red Cloud en Spotted Tail brachten hun eerste bezoeken aan Washington. | ||
| De Sioux stammen | ||
| De Sioux is misschien de beroemdste Indianenstam van Noord Amerika. Hun Westelijke tak, de Teton divisie was waarschijnlijk de machtigste en grootste in aantal van de Plains Indianen. Deze Indianen die afhankelijk waren van het paard voor hun verplaatsingen en van de bizon voor hun voeding, waren een mix van oudere culturele tradities hervormd door recente migratie naar een ander ecologisch gebied, de vlakte. De bosbewoners en Algonquian sprekende Blackfoot, Cheyenne en Arapaho, namen het noordelijke gedeelte van de vlakte, later gevolgd door andere noordelijke bosbewoners. Terwijl de gedeeltelijke tuinbouwers en de Siouan taal sprekende stammen reeds de Missouri vallei hadden ingenomen en zich bij de Caddoan sprekende Pawnee voegden, die al veel langer tuinbouwende bewoners van het gebied waren. | ||
| De mobiliteit die hen werd geboden door het paard heeft de leefwijze van de Indiaan grondig veranderd. Het paard werd in de 17e eeuw door de Spaanse kolonisten ingevoerd bij de zuidwestelijke stammen die uiteindelijk grote kuddes van stoutmoedige wilde pony's vormden. Verschillende stammen waren nu in staat de bizonkuddes te volgen over een veel grotere afstand, de bizon vormde tenslotte hun basisvoedsel, aangevuld met hert, gaffelantiloop en ander wild. Enkelen haalden nog groenten uit hun kleine tuintjes en bleven tuinbouwers zoals de Mandan en de Hidatsa, anderen ontwikkelden snel een nomadische hoge vlakte cultuur zoals de Crow. | ||
| Soms huisde de hele Sioux bevolking te Mille Lacs, binnen de grenzen van de huidige staat Minnesota en dan weer nabij de samenvloeiing van de Mississippi en de Minnesota rivieren voor verschillende generaties. Het lijkt dat omstreeks 1700 verschillende Sioux stammen naar het westen trokken, van hun traditionele woonplaats aan de Mississippi rivier naar de Lake Traverse regio, het huidige Zuid Dakota. Rond 1780 reikte hun gebied van de westzijde van de Missouri helemaal naar het westen tot aan de Black Hills. Andere stammen van uit het westen zoals de Comanche, en de vlakte Apache uit het noorden verhuisden naar de hoge vlakten, en er waren er ook enkele wiens voorouders probeerden een bestaan op te bouwen aan de grenzen van het gebied. De eerste rapporten over de Sioux werden in 1640 genoteerd door de Franse ontdekkingsreiziger Jean Nicolet. Alhoewel de eerste echte ontmoeting tussen Europeanen en de Sioux waarschijnlijk 20 jaar later heeft plaatsgevonden toen de ontdekkingsreizigers Radisson en Groseilliers tijdens een strenge winter, waarschijnlijk ergens in oost Minnesota, kort bij de hongersdood zaten bezoek kregen van enkele Sioux. Als resultaat van gewapende druk door de Ojibwa sprekende Chippewa, bewapend door de Franse pelsjagers, begonnen de Sioux aan een uitputtende trek naar het westen. | ||
| Er waren zeven groepen die Sioux werden genoemd, een naam die ontstaan is door een Franse woordspeling van de Ojibwa term: nadowe-is-iw-ug wat zoveel betekende als 'small adder' of 'vijand' een vernederende term hen gegeven door hun traditionele vijanden. Soms werd de gehele stam Dakota genoemd of met één van de kleine variaties op die naam in de drie verschillende dialecten van de taal die door de stam gesproken werd: Dakota, Nakota en Lakota. Sioux is echter de meest correcte term om het gehele volk of delen ervan te beschrijven. Die zeven stammen, toen ze in hun traditionele plaatsen woonden in het oosten, werden soms ook de 'Seven Council Fires' genoemd. Alle zeven waren onderverdeeld in stammen, de Teton de grootste van deze stammen was omvangrijker dan de andere zes samen. Zo ver men kon nagaan was de omvang van de Sioux als een geheel tussen de 35.000 en de 50.000 mensen, waarvan dus zo'n 2/3e Teton of westelijke Sioux waren. Vandaag zijn er ongeveer 80.000 afstammelingen ingeschreven in verschillende reservaten. Maar het aantal volbloed Indianen is snel minderend en is momenteel iets van een 25% van toen, dus iets over de 10.000 ! | ||
| 36 Grote Gevechten tussen 1860 en 1890 | ||
| Pyramid Lake, Nevada - 1860 | Apache pass, Arizona - 1862 | |
| Wood like, Minnesota - 1862 | Birch coulee, Minnesota - 1862 | |
| New Ulm, Minnesota - 1862 | Fort Ridgely, Minnesota - 1862 | |
| Cañon de Chelly, Arizona - 1864 | Kildeer Mountain, North Dakota - 1864 | |
| Adobe Walls, Texas - 1864 - 1874 | Platte bridge, Wyoming - 1865 | |
| Fetterman disaster, Wyoming - 1866 | Hayfield fight, Montana - 1867 | |
| Wagon Box fight, Wyoming - 1867 | Washita, Oklahoma - 1868 | |
| Sand Creek, Colorado - 1868 | Beecher's Island, Colorado - 1868 | |
| Summit springs, Colorado - 1869 | Salt river Cañon, Arizona - 1872 | |
| Lava beds, California - 1872 - 1873 | Palo duro cañon, Texas - 1874 | |
| Warbonnet Creek, Nebraska - 1876 | Slim Buttes, South Dakota - 1876 | |
| Rosebud, Montana - 1876 | Little Bighorn, Montana - 1876 | |
| Dull knife, Wyoming - 1876 | Clearwater, Idaho - 1877 | |
| White bird cañon - 1877 | Big hole, Montana - 1877 | |
| Cañon Creek, Montana - 1877 | Bear paw mountain, Montana - 1877 | |
| Birch Creek, Washington - 1878 | Milk Creek, Colorado - 1879 | |
| Cibicu Creek, Arizona -1881 | Big dry wash, Arizona - 1882 | |
| Skeleton cañon, Arizona - 1886 | Wounded Knee, South Dakota - 1890 | |
| Enkele Indianen Opperhoofden | ||
| CRAZY HORSE, OGLALA geboren in 1841 of 1842, van een heilig man met dezelfde naam en een zuster van de Brulé krijger Spotted Tail. Hij was reeds in zijn jonge jaren aanwezig bij verschillende gevechten, later werden dat er uiteraard véél meer. Hij leidde de valstrikken van de Fetterman strijd en was ook bij de Wagon Box strijd. Hij bewees zichzelf als een moedig en avontuurlijk oorlogsleider in het begin van 1870 in Yellowstone en op de Black Hills. In de winter van 1875 werd hij door Crook verrast en confronteerde hem opnieuw aan de Rosebud rivier op 17 juni 1876 en bracht een halt aan diens opmars. Vervolgens voegde hij zich bij Sitting Bull en Gall aan de Little Bighorn, en na het gevecht met Reno's bataljon hielp hij bij de vernietiging van Custer's colonne. Zijn kamp aan de Tongue rivier werd door de 4e Cavalerie van kolonel Mackenzie aangevallen en tenslotte bracht hij 900 volgelingen naar het Red Cloud Agentschap in mei 1877. Op 5 september werd hij onder arrest geplaatst door zijn Oglala kameraden en werd neergestoken en gedood tijdens herhaalde vluchtpogingen. | ||
![]() |
||
| CHARGING BEAR OF JOHN GRASS, BLACKFEET belangrijk leider van de Sioux in de Standing Rock reservatie. Hij steunde agent majoor McLaughlin in zijn pogingen om de invloed van Sitting Bull te kraken in de jaren 1880. | ||
![]() |
||
| JOSEPH RENVILLE, MDEWAKANTON geboren in 1779 in Kapozha; gestorven aan Lac qui Parle in 1846. Na gevochten te hebben aan de zijde van de Britten in de oorlog van 1812, viel hij later toch voor zijn Amerikaanse interesses. Hij hield zich bezig met de gewezen handelaars van de Hudson Bay in de commerciële Columbia Fur Company rond het Lake Traverse. Hij werd door Dr. S. R. Riggs aangenomen om de bijbel te vertalen in het Dakota, de taal van de oostelijke Sioux. Hij werd opgevolgd door zijn neef Gabriel Renville, die opperhoofd was van de Sisseton en Wahpeton in het Lake Traverse reservaat, Zuid Dakota na de oprichting. | ||
![]() |
||
| LITTLE WOLF, medicijnman en DULL KNIFE (gezeten) opperhoofd van de Cheyenne Indianen. Ze waren tegenstanders van het Verdrag en voegden zich bij Sitting Bull, Crazy Horse en American Horse in het Powder rivier gebied. Aan hun vrije bestaan op Amerikaanse bodem zou echter snel een einde komen. | ||
![]() |
||
| RAIN IN THE FACE, HUNKPAPA SIOUX geboren in 1835, zijn naam verkreeg hij toen hij na een gevecht met een Cheyenne bloed in zijn gezicht sprenkelde. Omdat hij veelvuldig op oorlogspad was, maakte hij ook deel uit van de groep die kapitein Fetterman en zijn commando versloeg in december 1866 nabij Fort Phil Kearney, hij vocht ook in Fort Totten in 1868. Hij sloot zich aan bij Sitting Bull in 1874. Toen hij gewond raakte te Little Bighorn vluchtte hij naar Canada tot 1880, gaf zich over in Fort Keogh in Montana en vestigde zich tenslotte aan het Standing Rock Agency. Hij stierf in september 1905. | ||
![]() |
||
| RED CLOUD, OGLALA SIOUX in 1822 geboren aan de Platte rivier in Nebraska, gestorven bij het Pine Ridge Agentschap in december 1909. Als hoogste Oorlogs Opperhoofd in het Powder rivier gebied leidde hij de aanvallen op de Fortenketting, die gebouwd werd om de Montana goudzoekers te beschermen, langs het Bozeman Trail in 1860. Zijn strijders versloegen kapitein Fetterman's detachement in 1866, maar later verloor hij er vele in de Wagon Box strijd. Tenslotte stemde hij toe om het Laramie Verdrag van 1868 te ondertekenen omdat zijn garnizoen uiteengevallen was en in vrede leefde in de Pine Ridge Agency namen ze geen deel aan de Sioux oorlog van 1876 en bezochten Washington regelmatig. | ||
![]() |
||
| RED ON TOP OF INKPADUTA, WAHPEKUTE opperhoofd van een Wahpekute stam die openlijk vijandschap toonde tegen het bleekgezicht vanaf het begin van 1850. Hij had van de prairie in het oosten van Zuid Dakota zijn "thuis" gemaakt. Hij leidde een aanval tegen de kolonisten te Spirit Lake op de grens tussen Iowa en Minnesota in 1857. Later voegde hij zich bij de westerse Sioux, en zijn stam was aanwezig bij de slag aan de Little Bighorn in juni 1876. | ||
| RED THUNDER, YANKTONAI opperhoofd van de Yanktonai Pabaska stam. Hij ontmoette luitenant Zebulon Pike op een grote bijeenkomst op de Prairie du Chien in Wisconsin in 1806. Pike vertelde dat Red Thunder de best geklede was van de aanwezige opperhoofden. Hij vocht met zijn zoon Wanata met de Britten in de strijd van 1812 onder kolonel Robert Dickson, die huwde met Red Thunder's zuster. Hij werd gedood in 1823 tijdens een gevecht met de Chippewa. | ||
| STANDING BUFFALO, SISSETON-WAHPETON verhuisde naar Canada na de opstand te Minnesota in 1862 en vestigde zich in de buurt van de Portage La Prairie en Fort Garry districten. Nog later verhuisde hij met zijn stam naar een reservaat in de Qu'Apelle vallei, Saskatchewan, die nog steeds zijn naam draagt. Zijn zoon White Cap verkreeg een apart reservaat nabij Saskatoon. | ||
| SITTING BULL, HUNKPAPA deze stamleider en heilige man werd in 1834 geboren aan de Grand rivier in Zuid Dakota, nam actief deel aan de Plains Wars in 1860, waaronder ook de raid op Fort Buford in 1866. Als lid van de Strong Hearts warrior society was hij voorzitter van de Sun Dance aan de Rosebud rivier in juni 1876 toen hij een visioen had van soldaten die zijn kamp overvielen, wat een voorspelling was van de slag van de Little Bighorn die een paar dagen later plaatsgreep. Zijn aanwezigheid in de Rosebud country trok vele strijders aan die Custer's commando versloegen. Hij vluchtte naar Canada en voegde zich bij Black Moon. Hij gaf zich over aan Fort Buford in 1881 en werd in Fort Randall opgesloten tot 1883. Vervolgens vestigde hij zich in het Standing Rock Agency, hij werd gedood door Indiaanse politie tijdens een verstoring van de Ghost Dance in 1890. | ||
![]() |
||
| TOUCH THE CLOUDS, MINNECONJOU leefde van 1836 tot 1905. De zoon van Lone Horn de Minneconjou aartsvader die in 1875 stierf aan de Cheyenne rivier. Touch the Clouds was een legendarische strijder die rond de 2m10 groot was. Hij was één van de Minneconjou opperhoofden tijdens de slag om de Little Bighorn. | ||
![]() |
||
| TWO MOONS, NOORDELIJKE CHEYENNE een berucht krijger die leefde tot 1917. Eén van de negen Northern Kit Fox 'little chiefs', speelde Two Moons een belangrijke rol in de Little Bighorn slag in 1876. In 1913 toen hij Washington bezocht claimde hij het leiderschap van al de Cheyenne die vochten te Greasy Grass, maar Black Wolf schold hem uit voor de grootste leugenaar van de ganse Cheyenne stam. Hierop repliceerde Two Moons dat het niet verkeerd was om tegen de blanke man te liegen. Nadat hij de laatste Cheyenne stam in Fort Keogh leidde in april 1877 werd Two Moons een invloedrijke figuur, hij fungeerde als verkenner tegen de Nez Percé en de Sioux, in dienst van kolonel Nelson 'Bear Coat' Miles, en de blanken beschouwden hem als de leider van de Noordelijke Cheyenne. | ||
![]() |
||
| WABASHA, MDEWAKANTON een serie opperhoofden van de Kiyuksa steden in Minnesota droegen deze naam. De 'Great Wabasha' diende met de Britten tijdens de Amerikaanse Revolutie. Hij bezocht Mackinaw en werd er begroet door de commandant: kolonel De Peyser. | ||
| Wabasha II werd opgemerkt in 1806 toen hij een ontmoeting had met luitenant Zebulon Pike, maar hij steunde de Britten in de oorlog van 1812, hij stierf in 1855. | ||
| Wabash III tekende het Laramie Verdrag in 1868. | ||
| WANATA, YANKTONAI belangrijk Pabaska opperhoofd, zoon van Red Thunder, geboren omstreeks 1795 en diende met zijn vader de Britten, met de rang van kapitein tijdens de 1812 oorlog. Zijn naam Wanata 'The Charger' kreeg hij nadat hij de Amerikanen chargeerde in de strijd van Fort Sandusky waar hij ook gewond raakte. Na 1820 liep hij over naar de Amerikaanse zijde en was hij betrokken in de ontwikkeling van de handel op de Missouri na het verlaten van de Lake Traverse en James rivier gebieden. Zijn invloed taande en hij werd in 1848 door ontevreden stamleden vermoord. | ||
|
1 of 3 |
||
|
|
||
|
20/01/2001 |
||