Three Feathers

Home
Up
Romeinen 2
Romeinen 3
Romeinen 4
Romeinen 5
Romeinen 6
Romeinen 7
Romeinen 8
Romeinen 9

 

De Romeinen

 

Héél lang geleden, rond de geboorte van Christus, waren er enkele BR's "Beroemde Romeinen"

die zo beroemd waren dat er heden ten dage nog steeds over gesproken wordt, dat zijn de keizers:

Claudius, Vespasianus, Trajanus en gouverneur Suetonius Paulinius.

 

Keizer Claudius (10vC - 54nC) keizer van 41 - 54

Claudius trouwde in 38 met Valeria Messelina een afstammelinge van een nobel huis met indrukwekkende familiale banden. In 39 werd zijn dochter Octavia geboren en zijn zoon Britannicus in 41. Hij was reeds 51 toen hij onverwacht op de troon werd gezet door de Praetoriaanse Wacht, na de moord op zijn neef Caligula (keizer van 37-41).

Zijn persoonlijke schrijver, Suetonius, vertelt ons dat hij een goed gebouwd lichaam en een knappe kop met witte haren had, maar zijn zwakke heupen bezorgden hem veel last. Verder vertelt Suetonius ook dat Claudius tijdens de moord op zijn neef zich verschuilde achter een gordijn.
Eén van zijn eerste daden als keizer was het aanhouden en veroordelen van de moordenaars van Caligula, wat zijn opinie over hun daden ook was, de politiekers en edelen verwachten dat Claudius geen vergiffenis zou schenken aan de moordenaars van een Romeins keizer en lid van zijn eigen familie. Zijn volgende daad was het belonen van de Wacht, voor zijn benoeming tot keizer, met een gulle (5-jaren salaris !) bonus. Hij eigende zich ook dadelijk een militair imago toe, wat hem daarvoor door zijn teruggetrokken levensstijl niet mogelijk was. Al snel werden voorbereidingen getroffen voor een grote militaire veldtocht naar Brittanië, besprenkeld door een poging tot opstand door de gouverneur van Dalmatië: Arruntius Camillus Scribonianus in het jaar 42. De invasie zelf, door vier legioenen voorgegaan, begon in de zomer van 43. Deze zet was de oorzaak van de eerste terreinwinst voor het Romeinse Rijk sinds de regering van Augustus. Claudius zelf nam deel aan de campagne, hij arriveerde aan het front met een heel entourage van ex-consuls in de late zomer van het jaar 43. Na een parade in Camulodunum (Colcester), om indruk te maken op de inwoners, keerde hij weer naar Rome om de overwinning te vieren in 44. Zijn militaire waardigheid werd hiermee stevig gevestigd. De bronnen komen allen overeen in het afschilderen van Claudius als "de kop van jut" voor de keizerlijke adviseurs alsook voor zijn vrouwen. Het is mogelijk dat die vijandigheid van de elite jegens Claudius hem parten speelde in zijn regeren, hij was ten slotte door de Praetoriaanse wacht aangesteld.
Claudius bewerkstelligde de annexatie van Mauretanië (Marokko + Algerije) in 42 en van Brittanië in 43. Hij was ook prefect van de Praetoriaanse wacht en nam hen mee als getuige voor de beëindiging van de invasie van Brittanië.
De grootste fout van Claudius was dat hij Caligula's zuster, Agrippina uit de verbanning terugriep en met haar huwde. Ze vergiftigde hem nadat hij haar zoon Nero had geadopteerd om hem op de troon te krijgen, wat haar in het jaar 54 ook lukte, Nero werd keizer.
 

Keizer Claudius

 
Keizer Vespasianus (9 - 79) keizer van 69 - 79
Vespasianus was de eerste keizer van de Flavisch - Trajaanse dynastie die regeerde van 69 tot 117. Hij was de opvolger van zijn vader Nero, de zoon van Agrippina. Tijdens de héél korte periode tussen Nero en Vespasianus regeerden nog drie keizers: Galba, Otho en Vitellius. Zijn vader was van relatief lage komaf, hij was namelijk geen senator maar wel ridder (eques) en werkzaam in de financiële sector. Vespasianus was een harde oude soldaat. Als gevolg op de plundertochten in Ceasarea en Jeruzalem die geleid hadden tot de afslachting van de Joodse leiders en Romeinse soldaten gaf Nero in 66 aan Vespasianus het speciale bevel in het oosten, met het oogpunt de opstand in Judea te onderdrukken. In de herfst van 67, met 60.000 legionairs, hulptroepen en geallieerden onder zijn bevel, vertrok Vespasianus om de opstand in Galilea te onderdrukken en vervolgens Jeruzalem af te snijden. Succes was snel en beslissend. In oktober was geheel Galilea bedaard en werden de plannen om Jeruzalem te omcirkelen uitgevoerd.
Ondertussen aan het andere uiteinde van het keizerrijk brachten de opstanden van Gaius Iulius Vindex de gouverneur van Gallië Lugdunensis (Wenen + Oostenrijk) en Servius Sulpicius Galba de gouverneur van Hispania Tarraconensis (nabij Valencia in NO Spanje) de macht van Nero op de rand van de afgrond. Hij pleegde zelfmoord in juni 68. Hierdoor ontstond een chaos voor de volgende achttien maanden, als eerste Galba, vervolgens Marcus Salvius Otho en tenslotte Aulus Vitellius de macht in handen namen. Maar zij misten allen de steun van zowel de militairen als van de senaat, ze werden elk op hun beurt gewelddadig afgezet. Nog steeds met plannen tegen Jeruzalem zweerde Vespasianus trouw aan elke keizer. Kort nadat Vitellius de macht nam in de lente van 69 ontmoette Vespasianus, op de grens tussen Judea en Syrië, Gaius Licinius Mucianus de gouverneur van Syrië en na verschillende private en publieke gesprekken besloten ze samen in opstand te komen.
Op 1 juli, op aandringen van Tiberius Alexander de prefect van Egypte, sluiten de legioenen van Alexander zich aan bij Vespasianus, de legioenen van Judea deden hetzelfde twee dagen later. Tegen het begin van augustus hadden ook alle Syrië en Donau legioenen hetzelfde gedaan. Vervolgens zond Vespasianus Mucianus met 20.000 man naar Italië terwijl hijzelf uit Syrië vertrok naar Alexandrië om de graanschepen te controleren met als doel Italië uit te hongeren en te onderwerpen aan zijn wil. Het beleg van Jeruzalem liet hij over aan zijn zoon Titus.
Ondertussen begonnen de Donau-legioenen aan hun mars tegen Vitellius troepen zonder te wachten op Mucianus. Vitellius troepen misten zowel discipline als training en niet vertrouwd met de druk van Rome werden ze tegen het einde van oktober verslagen in Cremona.
Half december bereikten de Flaviaanse troepen Carsulae, 95 km ten noorden van Rome op de Flaminiaanse weg, waar de Vitellianen zonder enige hoop op versterkingen zich weldra overgaven. Te Rome, niet in staat om zijn volgelingen te overtuigen zijn voorwaarden te aanvaarden voor zijn troonsafstand, was Vitellius in gevaar. Op de morgen van 20 december trok het Flaviaanse leger Rome binnen, tegen de avond was de keizer dood. Vespasianus voelde de noodzaak om zijn hernieuwde regering te doen erkennen met kracht. Hij publiceerde met ijver een aantal goddelijke voortekenen die zijn troonsbestijging voorspelde en bij elke gelegenheid stapelde hij verschillende consul ambten en keizerlijke begroetingen op. Hij promootte ook het principe van dynastie troonsopvolging, alzo erop drukkend dat het keizerambt aan zijn zoon ten deel zou vallen. Hij was ook prefect van de Praetoriaanse wacht. Vespasianus zijn gedachte werd voltooid toen in het jaar 79 zijn zoon Titus hem opvolgde die op zijn beurt opgevolgd werd door zijn jongere broer Domitianus.
 

Het Amphitheatrum Flavium, beter bekend als het Colosseum.

De bouw ervan was begonnen onder Vespasianus en afgewerkt onder zijn zonen Titus en Domitianus

 
Keizer Trajanus (53 - 117)
Trajanus volgde zijn vader Nerva op als keizer in 98, hij was op dat moment bevelhebber van het leger in Germania Superior, maar koos ervoor om in zijn Duitse provincie te blijven om de zaken aldaar te regelen. Diegenen die een hernieuwde veldtocht tegen de Duitse provincie verwachtten werden hierdoor teleurgesteld. Trajanus bracht daarna een bezoek aan de kritieke Donau provincies, Pannonia en Moesia beiden in Joegoslavië, waar de Daciaanse koning Decebalus veel moeilijkheden veroorzaakte voor de Romeinen en had hen een zware nederlaag toegebracht ongeveer een decennium geleden.
Domitianus had een modus vivendi ingesteld met Decebalus, verblind door zijn goed gedrag, maar later hervatte Decebalus zijn vijandige activiteiten tegenover Rome. Trajanus dacht dat deze hoek van het keizerrijk zijn persoonlijke aandacht en een langdurige en bevredigende oplossing vereiste. In tegenstelling tot Domitianus die oorlog voerde tegen de senaat, bouwde Trajanus goede relaties op met de senaat. Maar zijn gedachten waren altijd aan de oevers van de Donau. Voorbereidingen voor een grote campagne waren het overplaatsen van legioenen en hun begeleidende hulptroepen (auxiliary) van Duitsland en Brittanië en andere provincies en het oprichten van twee nieuwe legioenen: II Trajana en XXX Ulpia welke het totaal aan legioenen tot 30 bracht, het hoogste aantal sinds de geschiedenis van het Keizerrijk. In 101 trok de keizer het veld in. De oorlog was er een die al zijn militaire vaardigheden nodig had en al de techniek en discipline waarvoor het Romeinse leger bekend was. Trajanus had het voordeel dat hij architect Apollodorus van Damascus in zijn dienst had, hij bouwde een weg door de Iron Gates door het afkanten van de rotsen zodat het leek alsof het leger over het water marcheerde, hij bouwde ook nog een brug over de Donau met 60 stenen peilers, er zijn nog steeds restanten van deze brug en ook de Trajanus zuil is door hem ontworpen. Toen Trajanus klaar was om op te rukken deed hij dat met grote snelheid in het hart van het Daciaanse territorium (het huidige Bulgarije en Roemenië) met twee colonnes tot in 102 koning Decebalus er voor koos om zich over te geven. Hij posteerde zichzelf voor Trajanus en zweerde gehoorzaamheid. Trajanus keerde terug naar Rome en voegde de titel Dacicus toe aan zijn palmares. Decebalus echter begon terug met het tarten van Rome, zodra hij alleen gelaten werd, door strooptochten te ondernemen over de Donau op Romeins grondgebied en de stammen ten noorden van de rivier tegen Rome op te hitsen. Trajanus trok terug ten strijde in 106 met de intentie om het Decebalus probleem voorgoed op te lossen. Het was een zware strijd, met de karakteristieken van een verdelgingsoorlog, totdat de Daciaanse koning uit zijn hoofdstad: Sarmizegethusa in Roemenië verdreven en als een beest opgejaagd werd ervoor koos zelfmoord te plegen liever dan in een Romeinse triomftocht te moeten paraderen en dan ter dood gebracht te worden.
In 113 begon Trajanus met de voorbereidingen voor een beslissende oorlog tegen Parhia (Syrië, Irak en Iran), hij was voor een periode van zeven jaar een "burger" keizer geweest sinds zijn overwinning op de Dacia en in stilte hoopte hij misschien wel op een nieuwe grote militaire prestatie waarmee hij Alexander de Grote naar de kroon zou kunnen steken. Er was een oorzaak om ten oorlog te trekken omdat de Parthianen een kandidaat van hun eigen keuze op de troon hadden gezet zonder bespreking met of de goedkeuring van Rome. Als Trajanus vertrok vanuit Rome naar Antioch (Syrië) op een reisje door het oosterse keizerrijk, terwijl zijn leger werd aangemonsterd, was hij van plan om de laatste mogelijkheden van Parthia om Rome te dwarsbomen buiten spel te zetten door ze te degraderen tot provincies. Het was een grote onderneming getekend door overwinningen in het begin maar uiterste teleurstelling en mislukking op het laatst.
In 114 viel hij de vijand aan via Armenië en dan, de volgende drie jaren, draaide hij oost en zuid, door Mesopotamië en nam Babylon en de hoofdstad van Ctesiphon in Syrië. Dan bereikte hij de Perzische Golf en zei dat hij te oud was om in Alexander de Grote zijn voetstappen te treden. In het begin van het jaar 116 kreeg hij de titel Parthicus. De gebieden die handig werden gewonnen waren echter veel moeilijker te behouden. Opstand onder de overwonnen bevolking, en vooral onder de Joden in Palestina en de Diaspora (1), had tot gevolg dat hij gedeeltelijk de overheersing van Rome moest laten varen in deze nieuw - gevestigde provincies als hij terug westwaarts keerde. De opstanden werden brutaal onderdrukt. Midden 117 was Trajanus een ziek man, hij keerde traagjes terug naar Italië en liet het bevel over het oosten aan Hadrianus. Toen hij in Selinus van Cilicia (Turkije) op 9 augustus stierf wees hij op zijn doodsbed Hadrianus aan als zijn opvolger en diens eerste daden waren het vrijgeven van Trajanus zijn oosterse veroveringen.
 
(1) Diaspora = Joodse gemeenschappen die buiten het Heilige Land leven, het werd een kenmerk van het Joodse leven, in het jaar 70 bestonden die Joodse gemeenschappen in Babylonië, Syrië, Egypte, Cyrene (Libië), Klein Azië, Griekenland en Rome.
 
Keizer Trajanus
 
Gouverneur Suetonius Paulinius
Hij was gouverneur in Hippo Regius, Africa Proconsularis, dat is de stad Annaba op de grens tussen Algerije en Tunesië aan de Middellandse Zee. Onder Claudius, in 42 nC, was hij gestationeerd in Mauretanië, hij was het land binnengetrokken via het Atlasgebergte. In 59 kreeg hij het bevel over Brittanië waar hij gouverneur was van 59 tot 62. Terwijl hij op campagne was om de versterkte druïdenvesting te Mona (Anglesley) in te nemen, in het jaar 61, werd hij teruggeroepen naar Brittanië voor de opstand van Boudicca, weduwe van Koning Prasutagas van de Iceni stam die op de vlakte van het huidige Norfolk huisden. Deze stam had legioen IX verslagen en Verulamium (St. Albans) en Londinium (Londen) terug genomen. Paulinius onderdrukte de opstand door Britse stamleden naar het slagveld te lokken ergens in de Midlands waar hij ze een verpletterende nederlaag toebracht. Na de dood van Nero leidde Paulinius de troepen van Otho tegen Vitellius in het jaar 69.
 
De Legersamenstelling
Een Romeins legioen bestaat uit ongeveer vijfduizend driehonderd manschappen die bewapend zijn zoals zware infanterie. De bevelhebber is een Legatus "generaal". Elk legioen kreeg van de Keizer een Aquila: de Arend standaard. Het hoofdonderdeel van een legioen is het Cohort dat bestaat uit zes centuries (3 breed, 2 diep). Elk centurie in een cohort bestaat uit tachtig manschappen met hun bevelhebber de centurion. Iedere centurie had zijn eigen standaard: het signum die bestaat uit de phalerae, een aantal metalen schijven die overeenkomen met het aantal centurie in hun cohort. Elk centurie bestond uit tien contubernium van elk acht man die één tent deelden. Het 1e Cohort is per uitzondering samengesteld uit vier grotere centurie, deze centurie hebben elk honderdtweeënzestig soldaten. Het legioen was in handen van een Legatus, aangesteld door de keizer, die werd bijgestaan door zes tribunes. In het veld onderhielden de veteraan centurions, waaronder de Primus Pilus, de discipline terwijl de standaarddragers en trompetblazers de bevelen herhaalden en soms mee in de frontrangen vochten. Boven op hun gevechtstaken waren de aangeworven officieren ook verantwoordelijk voor de boekhouding, loonlijst en het onderhoud van de gezegende gewijde gevechtsstandaards. De legionair moest Romeins burger zijn en tot het jaar 197 mochten legionairs niet getrouwd zijn. Door het gering aantal Romeinse burgers in het oostelijke keizerrijk kreeg een rekruut het "burgerschap" bij het in dienst treden bij het leger. De diensttijd werd aanvankelijk vastgesteld op zestien jaar, sommigen die langer bleven kregen meer privileges en verminderde werktijd. Later werd de diensttijd opgetrokken naar twintig jaar en een optionele vijf jaar voor veteranen, wat resulteerde in een standaard diensttijd van vijf à zesentwintig omdat er maar om de twee jaar mocht afgezwaaid worden.
 
De Centurion
Bevelhebber van een centurie, een groep van tien Contubernium van elk acht man, in totaal dus tachtig manschappen. Een veteraan die de discipline erin hield met zijn wijnrankstaf. Deze officier was een norse opzichter die overzicht hield bij de bouwprojecten en zijn mannen bezighield in vredestijd. De oudste centurion van een legioen had het bevel over de 1e Centurie van de 1e Cohort en werd Primus Pilus genoemd, wat zo veel wil zeggen als: de eerste speer. Voor het gevecht werd deze centurion door de anderen geraadpleegd. De centurions dragen hun militaire eretekens, dona genaamd, op een getuig van lederen riemen en de helm met de dwarse pluimen was eveneens een symbool van zijn rang.
 
De Optio
De rechterhand van de Centurion. Elke centurion werd bijgestaan door drie officieren in opleiding. Zij hadden een langse pluim op de helm en droegen ook een wijnrankstok als teken van hun rang.
 
De Vexillarius
De standaarddrager. De standaardpaal was een speer met een rode horizontale vlag met in gouddraad het legioennummer en eronder het symbool van de legio erop geborduurd. De vlag was voorzien van twee tassels. De standaards werden in vredestijd bewaard in een speciale kapel.
 
De Signifer
De standaarddrager. Hij draagt de signum, de centurie standaard van zijn centurie die fungeert als verzamelpunt en herkenningspunt. Hij was ook verantwoordelijk voor de dingen van zijn centurie en werd door zijn kameraden vertrouwd. Een berenvelcape was een teken van wreedheid.
 
De Cornicen
De trompetblazer. De cornu, een grote gebogen trompet, was geposteerd bij de bevelhebber om hun bevelen over te brengen naar de Signifer en ook rechtstreeks naar de manschappen. De cornu werd samen met het waterorgel ook gebruikt om muziek te maken tijdens de gladiatoren gevechten.
 
De Milites
De soldaat. Soldaten met weinig of geen vaardigheden of kwalificaties. Zij ontvingen het basisloon en deden alle routine- en vuile jobkes.
 
De Immunes
De onvatbaren. Techniekers, specialisten en griffiers die ook het basisloon kregen maar vrijgesteld waren van de jobkes.
 
De Principales
De leidinggevers. Werden verdeeld in twee groepen: de jongere staf officieren die anderhalf loon kregen en de optio's: de standaarddragers en de oudere officieren die een dubbel loon kregen. De immunes en principales van de "Equites", de cavalerie, ontvingen een speciale premie voor het onderhoud van hun dieren bovenop hun loon.

 

1 of 9

 

02/05/2001